Rechtstreeks uit het immer creatieve Scandinavië dit keer twee tracks van de Noorse freejazzformatie Supersilent.
Supersilent is een gelegenheidsband in zijn meest maximale vorm. Ongeveer eens per jaar komen de drie (tot 2009 waren ze nog met hun vieren) heren bij elkaar om er volledig op los te improviseren. Vervolgens worden de beste stukken uit de sessie veelal onbewerkt op cd geknald en uitgebracht op Rune Grammofon.
Daar waar de eerste albums tot het jaar 2001 behoorlijk ruw klinken, vol met piepende, knarsende instrumenten en dikke bakken noise, lijkt Supersilent met zijn laatste albums wat rustiger te worden. Zeker door het verlaten van de drummer in 2009 is de koers meer electronisch geworden.
Het zijn helaas geen massa’s, maar door de liefhebbers wordt deel 6 uit 2003 als een van Supersilent’s beste albums beschouwd. Hier is de band nog een viertal en komt de combinatie van freejazz en electronica misschien wel het best tot zijn recht. Track 6.2 vind je onderaan deze post.
Om de veelzijdigheid weer te geven plaats ik daaronder ook een track van het behoorlijk ruwe Supersilent 4 uit 1998, wat met recht een experimenteel/avant-garde werkje genoemd mag worden. Let vooral op het fenomenale drumwerk. Heftig!
Afgelopen week werd ik gegrepen door een wel heel opvallende track op het www. Het klonk als een grote brok chaos maar tóch skipte ik terug omdat het kennelijk ‘iets’ met mijn oorschelp had gedaan. Op het eerste gezicht zou je leadzanger Stefan Burnett onder een brug verwachten, schreeuwend naar voorbij rijdende auto’s. Niets is echter minder waar. We hebben het hier over één van de grootste bloghypes van het moment.
“Death Grips. Het briest, het blaast, het spuugt, het slaat je om de oren en heeft een opruiende werking die je gevoeld kúnt hebben toen je voor het eerst Beastie Boys, Public Enemy of Rage Against The Machine hoorde. Intussen is Death Grips geen rap, geen hiphop, geen punk, geen rock, geen samplepop, geen noise en geen elektro. Maar wel zijn de dertien tracks op The Money Store ontstaan uit een giftig ruikend brouwsel waar al die hokjes in zitten gemengd op een manier die je zelden hoorde.” (kickingthehabit.nl)
Edit: terwijl ik dit schrijf kom ik erachter dat Death Grips maandag(!) in de A’damse OCCII speelt. Helaas is de Europese tour afgelast: “We are dropping out to complete our next album NO LOVE. see you when it’s done.”
Voordat Jamie Lidell internationaal bekend werd met zijn solowerk op Warp werkte hij samen met Cristian Vogel. Deze Chileen had al een stapel albums uitgebracht op Tresor en het befaamde Mille Plateaux, allen abstract, experimenteel en techno.
De samenwerking tussen Lidell werd omgedoopt tot de groep Super_Collider en klinkt als een exacte mix van de experimentele Vogel-electronica en de funk en krachtige stem van Jamie Lidell. Je krijgt keiharde analoge beats die neigen naar triphop, maar in een volgend nummer weer overslaan naar oude techno of vage electronica. Deze diversiteit wordt door Lidell mooi in een geheel gezongen, gezucht en gebrabbeld. Wat Lidell zingt doet er weinig toe, Lidell gebruikt op deze plaat zijn stem als instrument, tekstinhoud is bijzaak.
Super_Collider heeft uiteindelijk maar 2 albums uitgebracht, hierna zijn beide artiesten succesvol verdergegaan met hun solocarrière.
Hieronder de track ‘Close to a change’ van het album Head On uit 1999, een track die deze samenwerking, in al zijn facetten, misschien wel het beste weergeeft.
We schrijven het jaar 2000, middenin het tijdperk van diepe rollende drum n bass. Zo’n 2 jaar na het exploderen van Ed Rush & Optical’s Wormhole LP is het drum n bass landschap veranderd in een donker grauw gebied. Het jaar waarin Decoder zijn nog altijd geniale 3-dubbel verzamelaar ‘21st Century Drum+Bass’ uitbrengt. Een verzamelaar die al 12 jaar onafgebroken in mijn autorij-cd-map zit opgeborgen om het gapen bij lange ritten tegen te gaan. 3 cd’s vol met classics van helden als Dom & Roland, Teebee en Ram Trilogy.
Het jaar 2000 blijkt misschien wel een van de meest vruchtbare jaren te zijn binnen het genre, want ook Matrix, het broertje van Optical, brengt in dit jaar zijn Sleepwalk LP uit, een album wat bijna een net zo’n grote klassieker mag heten als Wormhole.
Matrix is naast dit album vooral bekend om zijn vele samenwerkingen waaruit vele singles zijn voortgebracht. Een van zijn meest energieke rollers komt voort uit een samenwerking met Fierce en komt niet geheel toevallig ook uit het jaar 2000. Diepe bassen en ontzettend funky, het maakt dat deze plaat nog steeds relevant is.
We nemen: Mos Def, Madlib en Slick Rick, gooien ze in een studio, maak er een beetje Tutti-Frutti van en dan krijg je vanzelf wat moois.
Eerlijk is eerlijk, bij de naam Mos Def ga ik persoonlijk niet meteen op het puntje van mijn stoel zitten maar dat ligt dit keer toch echt heel anders. Na het uitbrengen van het geweldige album Black on Both Sides in ’99 was ik meer onder de indruk van de acteerprestaties van Dante Terrel dan van zijn muziek. Pas toen ik hoorde dat hij ging samenwerken met producer Madlib en gouwe-ouwe Slick Rick begon ik weer echt naar hem luisteren. Het drietal zet op The Ecstatic uit 2009 een geweldige plaat neer. Auditorium duurt 4:36 wat tegenwoordig vrij lang is voor een track maar wat mij betreft mag die beat eindeloos op repeat.
Volumeknop naar rechts en laat dat hoofd maar op en neer gaan.
Posted by Tom, filed under Hip Hop. Date: May 10, 2012, 5:33 pm |1 Comment »
Wanneer je weer eens midden in zo’n nachtelijke graafsessie naar nieuwe muziek zit kom je vaak leuke dingen tegen. Zo ook deze. Wat mij betreft de ideale combi tussen hiphop, beats en ambient. Ach ja, geef ‘t beestje een naam. Evian Christ dan maar. Zijn laatste mixtape ‘Kings And Them’ is hier gratis te downloaden. Check die dus!
John Anthony Gillis treedt onder zijn alias Jack White definitief toe tot mijn all-time favorite liedjes schrijvers. De heren Kurt Cobain, Eddie Vedder en Noel Gallagher gingen hem voor. Na succesvolle albums met The White Stripes, The Dead Weather en The Raconteurs waagt White zich in 2012 aan zijn eerste solo album. Sterk folk georiënteerd dit maal, maar nog steeds met de vuige randjes van zijn zo kenmerkende blues-rock. Luister hieronder naar de track “Hypocritical Kiss”.
Deze post is eigenlijk een drie-in-één. Het begint met de video hieronder van The Bloody Beetroots met daarin een kleine behind the scenes bij Bennet Pimpinella die de video heeft gemaakt voor hun single ‘Romborama’. Waar het echter om gaat is de muziek eronder. Muziek die, voor de leek, misschien wat vreemd zal klinken bij een Beetroots video. Niets is echter minder waar. Het eerste nummer wat je hoort is een re-edit/remix van Brian Eno’s ‘Dry River’ waar ik maar niet achter kan komen. Het tweede nummer is er één van Ólafur Arnalds (foto), ‘Þú Ert Jörðin’ (You are the Sun). Niet alleen lekker, maar bijzonder mooi en noodzakelijk om te delen met de wereld…
EDIT: Broer en mede-blogger Tom vond de gezochte versie van Dry River. Check ‘m hier.
Een tijdje geleden heb ik mijn eerste draaitafel gekocht want ook ik ben één van die mensen die weer opzoek was naar het authentieke geluid van de krakende naald. Wanneer je een draaitafel aanschaft loop je natuurlijk altijd het risico om ouders te prikkelen hun oude vinyl van zolder te halen, zo ook de mijne… Gelukkig maar!
Het is alweer een poos geleden dat ik mijn vader zo zag genieten van muziek tot hij de naald op het originele vinylalbum Groeten uit Grollo van Cuby and the Blizzards uit 1967 legde. Natuurlijk heeft deze muziek voor mij minder emotionele waarde dan het voor mijn vader heeft, maar toch werden alle verhalen over overvolle dorpscafés, met een rook- en bierlucht waar het gemiddelde poppodium van vandaag de dag U tegen zegt, opeens een stuk duidelijker.
Het geweldige 6:54 durende “Somebody will know someday” reserveert het grootste deel van de A-kant en ik moet oppassen dat ik het niet grijs draai, anders ben ik bang dat vaders ook een heel andere kant hebben.. Één van mijn huisgenoten leest over mijn schouder mee en zegt; “mijn vader zou een moord doen voor deze LP.”
Het is weer eens tijd om terug te blikken op een subliem album uit de jaren ’90. Ik heb deze cd al een schone tien jaar in mijn kast staan en elke keer als ik ‘m weer tevoorschijn haal, lijkt ie beter te worden. Met “Ooh la la” en “Start the Commotion” bevat het album al twee representatieve klassiekers, maar het is eigenlijk weer eens zo’n plaat waarop elk nummer het goed doet. Dit wordt nog versterkt door een gros aan vette interludes.
Na hun debuut in 1996 kwamen Regal (Paul Eve) en DJ Touché (Theo Keating – tegenwoordig beter bekend als Fake Blood) in 1999 met dit zeer verdienstelijke vervolg, waarmee de heren hiphop en breaks op buitengewone wijze wisten te combineren. Er is dan ook een zeer kleine kans dat hun sound onopgemerkt is gebleven bij jongens als DJ Format en RJD2.
Ik wil één nummer uitlichten die misschien niet iconisch is voor de rest van het album, maar wel voor de klasse van dit duo. Er zijn denk ik weinig mensen die klassieke instrumenten op zo’n passende manier in een moderne jas wisten te steken als in Face the Flames. Na een opbouw vol met onheilspellende geluiden en vocalen, doet het klassieke Prelude c mineur van Sergej Rachmaninov op ongenadige wijze zijn intrede. Subliem.